'Wit': eerste roman van DES-dochter Geeri Bakker

  • 21-2-2019

    DES-dochter Geeri Bakker is veelzijdig. Zo geeft ze lezingen en is ze naast stewardess ook voetreflexoloog, stressconsultant, columnist en auteur van kinderboeken en “Het Adoptieboek”. Nu is haar eerste roman gepubliceerd: “Wit”.

    De hoofdpersoon uit “Wit” is ook aanwezig in de kinderboekenserie die Geeri schreef en waarvan het vierde deel “Mette en Jort op wintersport” gelijktijdig met haar roman verscheen. 

    Genoeg aanleiding voor een gesprek met Geeri.  

     

    Door Hanneke Nusselder

     

    Hoe is je roman “Wit” ontstaan? En hoe verhoudt het zich tot de kinderboeken die je hebt geschreven?

    Het idee voor de roman kwam van de uitgever die geïnteresseerd was om de kinderboekenserie over te nemen van Callenbach, de uitgever die mij ooit vroeg een kinderboekenserie te schrijven over het vliegen en de wijde wereld. Door financiële afwegingen is er een aantal fondsen afgestoten bij Callenbach waaronder de serie "Op reis met Mette en Jort." De uitgever waar ik uiteindelijk mee in gesprek kwam met betrekking tot het voortzetten van de serie kwam met het idee voor dit unieke concept, waarbij het kinderboek en de roman dezelfde personages hebben. Uiteindelijk is het met deze uitgeverij niet tot een contract gekomen en besloot ik het concept toch uit te voeren en in eigen beheer uit te geven. Het is een eenmalig dubbelboek waarbij de beide verhaallijnen samen komen op de pistes in Oostenrijk. 

    De moederfiguur Josje had al bestaansrecht omdat zij in de drie eerder geschreven kinderboeken uit deze serie aanwezig was. Zij is ongewenst kinderloos en adopteerde het meisje Mette uit Kenia. Het boek bevat autobiografische elementen omdat ook ik ongewenst kinderloos ben, deels of grotendeels veroorzaakt door het DES dochterschap. Josje uit het boek is geen DES-dochter.

    Kun je iets vertellen over je achtergrond? Hoe ben je met schrijven begonnen?

    Het schrijven zit in het bloed van een aantal Bakkers in de familie. Ik ben tot nu toe de enige die er een grote hobby van heeft gemaakt. Mijn vader vertelde West Friese verhalen, evenals een broer van hem. 

    Voor het verschijnen van mijn eerste boek, "Het Adoptieboek", studeerde ik af als stressconsultant met de scriptie: “Stress tijdens de adoptieprocedure”. Omdat het onderwerp veel losmaakte in adoptieland werd mij gevraagd hierover een boek te schrijven. Dit mooie avontuur smaakte naar meer. Toen kon ik nog gemakkelijk uitgevers vinden om de boeken op de markt te brengen. Met dit dubbelboek ligt dat heel anders. Destijds schreef ik onder andere ook al -columns- voor het vakbondsblad van de KLM. N.a.v. het Adoptieboek heb ik een column in het landelijke blad voor Adoptieouders LAVA.

    In hoeverre heeft jouw achtergrond als DES-dochter te maken met de inhoud van je boeken?

    In eerste instantie is dit niet zo duidelijk. 

    Misschien moet je ouder worden om zaken uit je verleden een plaats te geven. Dat geldt in elk geval voor mij. Nu ik de fictie in ben gedoken lijkt het gemakkelijker / veiliger om zaken als ongewenste kinderloosheid en, in mijn volgende boek, het DES dochterschap een plaats te geven. Het lijkt niet ingewikkeld om erover te praten, maar op een of andere manier weerhoudt mij iets. Dit heeft zeker te maken met het feit dat het DES dochterschap door mijn ziekelijke moeder altijd is weggeschoven en het geen onderwerp was voor gesprek. Mijn te jong overleden vader speelde hierin wel een positieve rol en het verdriet van mijn onvruchtbaarheid en de steeds weer niet rustige uitstrijkjes kon ik met hem gelukkig delen. Wanneer je niet leert om erover te mogen spreken heb ik ervaren dat je het afleert. Nu ben ik in een fase gekomen waarin ik het van me af wil werpen en het boek “Wit” is daar een eerste aanzet in. Ik heb gemerkt dat het heerlijk was om een deel van de pijn te verwerken. 

    Is je roman “Wit” voor een specifieke doelgroep geschreven? 

    In beginsel niet perse, maar gaandeweg het schrijfproces werd het verhaal steeds intenser naar het thema ongewenste kinderloosheid. De worsteling van de persoon Josje is zeker een worsteling waarin ik mijzelf herken met de beschreven pijn als die van mij. Alleen heb ik nooit gegrepen naar een verzachting in de vorm van een verslaving. Bij het schrijven van sommige passages was de pijn zo voelbaar dat ik moest huilen voor ik verder kon. Veel DES-dochters zullen zich herkennen in de kinderwens. Soms vervuld, soms onvervuld, maar altijd weer de spanning.

    Welke boodschap heb je willen meegeven met je boek? Of wat zouden lezers erin kunnen vinden?

    De boodschap die ik wil meegeven is om te blijven zoeken naar een waardevolle invulling van je leven. Je hart te volgen en het open te stellen voor zaken die op je pad komen. Zo hebben wij destijds, toen het niet duidelijk was of wij ooit kinderen zouden krijgen, onze hobby’s binnen de interessesfeer van complementaire zorg een professionele uitstraling gegeven zodat we toch samen, gezamenlijk, verantwoordelijk waren voor iets. We hebben al twintig jaar een prachtige praktijk voor natuurlijke gezondheidszorg (en al vele mogen helpen met hun kinderwens!)

    Daarnaast heb ik het als bevrijdend ervaren om te kunnen schrijven over ongewenste kinderloosheid. De machteloosheid en de pijn. De frustratie en het verdriet. Er zijn bijzonder weinig boeken in romanvorm geschreven met betrekking tot dit onderwerp. Misschien dat het bespreekbaarder wordt wanneer je dit boek kunt laten lezen aan mensen die van je houden, maar nooit hebben begrepen waar jouw pijn ligt.

    Ik hoop dat de lezer geraakt en geroerd wordt. Maar vooral ook gesterkt en bemoedigd. Dat er een opening mag komen in de soms solide pantsers die we in de loop van vele jaren om ons heen bouwen.

    Wat zou je nog willen zeggen tegen DES-dochters die jouw boek of dit interview lezen?

    Je levensreis is altijd weer een zoektocht. Je wordt wie je bent door de ervaringen die het leven je aanbiedt. Er is geen andere keus dan ze te accepteren. Ik ben de specialisten van toen zeer erkentelijk voor de wijze waarop zij mij hebben begeleid en zelfs in hun vrije tijd mij terzijde hebben gestaan als er onverwacht weer eens iets niet goed zat. Wanneer ik weer alleen in de wachtkamer zat omdat het mijn moeder niet interesseerde, evenmin als mijn (inmiddels al bijna 30 jaar) ex-man. Deze artsen zijn mij zeer tot steun geweest. Ik hoop van harte dat andere DES-dochters dezelfde ervaringen hebben. We zijn allemaal een product van de soms wrange paden op onze levensreis. Ik ben de mens geworden die ik nu ben en het DES-dochter zijn is daar een onderdeel van.  

    Op de DES-dag in Kamerik op 15 juni geeft Geeri een lezing over haar ervaringen als DES-dochter.

     

     

     

     

     

    0 reactie

    zelf reageren >
    Reageer ook