Te vroeg geboren kinderen langer monitoren

  • 23-10-2019

    Kinderen die te vroeg geboren worden, ondervinden daar soms in de puberteit nog problemen van. Toch worden ze alleen de eerste jaren van hun leven gemonitord.

    De problemen waar ze tegenaan lopen, bijvoorbeeld op gebied van leren en gedrag, komen vaak pas laat aan het licht. Daardoor krijgen ze niet de hulp die ze nodig hebben. Dat blijkt uit onderzoek van ontwikkelings- en neuropsycholoog Sabrina Twilhaar, die onlangs aan de Vrije Universiteit in Amsterdam promoveerde op dit onderwerp. 

    Hoewel te vroeg geboren kinderen idealiter tot hun achtste door een arts in de gaten worden gehouden, kampen ze vaak veel langer met problemen. Zo komen leerproblemen onder prematuren veel voor, waardoor ze drie keer zo vaak als normale kinderen speciaal onderwijs of extra hulp nodig hebben. Hersenen maken in de laatste drie maanden in de baarmoeder nog een belangrijke ontwikkeling door. “Een kindje wordt dan geboren met een lichaam dat nog lang niet klaar is om blootgesteld te worden aan de wereld buiten de baarmoeder”, legt Twilhaar uit. “Daardoor is het kwetsbaar voor infecties en complicaties en dat heeft een ongunstig effect op de hersenontwikkeling."

    Ilona Jochems, bestuursvoorzitter van de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen, pleit ervoor dat te vroeg geboren kinderen tot op latere leeftijd gemonitord worden. "Wat zijn de effecten van het feit dat ze te vroeg zijn geboren? Die stoppen namelijk niet als de kinderen acht jaar zijn”.

    1 reactie

    zelf reageren > toon reactie >
    • 27-10-2019 21:44:35

      Welk type gedrag- en leerproblemen kwam mw Twilhaar tegen in haar onderzoek? En doet zij ook suggesties welk type hulp gegeven zou moeten worden? Ik vraag dit omdat mijn beide (te vroeg geboren) zoons goed door de lagere school heen kwamen, maar de oudste liep vast op de middelbare door overgevoeligheid voor prikkels en autisme spectrum stoornis, de jongste loopt tegen problemen aan ivm zijn lichamelijke beperking (cerebrale parese).

      Marlijn Vos
    Reageer ook