Cunera

Op 4 oktober 1957 werd ik als vierde dochter uit een gezin van 5 kinderen geboren. Mijn moeder had voor mij al 3 gezonde dochters op de wereld gezet. Maar voordat zij zwanger werd van haar derde dochter, had zij een miskraam gehad. Mijn vader was zelf huisarts en was op de hoogte van medicijnen om miskramen te voorkomen. Onze eigen huisarts, een bevriende collega van hem, en hij besloten te goeder trouw om mijn moeder na haar miskraam dit medicijn voor te schrijven. Mijn zus werd geboren. En omdat alles zo voorspoedig was verlopen, werd er besloten om dat medicijn weer te gebruiken toen ze zwanger was van mij. Na mij is nog een zoon geboren. Tijdens die zwangerschap heeft ze niets geslikt. Misschien dacht men dat het na twee goed verlopen zwangerschappen niet meer nodig was.
 
Hierdoor is DES in ons gezin helemaal niet meer in beeld geweest, tot de jaren ‘70. Mijn zus (de eerste dochter waarbij tijdens de zwangerschap het DES hormoon  was geslikt) kwam in 1978 terecht bij een gynaecoloog omdat zij graag zwanger wilde worden en dat maar steeds niet gebeurde. Na een gynaecologisch onderzoek kreeg zij te horen dat zij een DES dochter was. Dit was voor haar de aanleiding om bij mijn vader na te vragen of mijn moeder DES had geslikt tijdens deze zwangerschap. Hij kon alleen maar beamen dat dit zo was. Mijn vader stelde meteen voor om mij ook te laten onderzoeken. En ook ik bleek een DES dochter te zijn.
 
Mijn zus en zwager hebben gelukkig 3 kinderen gekregen, maar alle drie de zwangerschappen gingen gepaard met veel complicaties. Zelf raakte ik in 1980 zwanger, maar al na 8 weken bleek dat er bij de rechtereierstok een cyste was ontstaan. Tijdens deze zwangerschap is de cyste weggenomen maar hebben we uiteindelijk een wolk van een dochter gekregen. Daarna hebben wij zelfs nóg een dochter en een zoon gekregen, waar wij zeer dankbaar om zijn. Wat de gevolgen voor mijn kinderen zijn, blijft natuurlijk gissen, omdat geen van drieën nog een oprechte kinderwens heeft.
 
Ik weet wel dat mijn tweede dochter veel last heeft van menstruatie stoornissen. Uit gynaecologische onderzoeken is gebleken dat zij een syndroom heeft dat er voor zorgt dat de eitjes niet maandelijks openspringen. Daardoor nestelen ze zich in de baarmoederwand.  Dat veroorzaakt een onregelmatige cyclus met de daarbij behorende vervelende buikkrampen. Die heb ik overigens zelf ook tot aan mijn menopauze gehad.
 
Ik ben dankbaar dat het DES Centrum met haar jarenlange inzet al zoveel heeft kunnen bereiken, en hoop met mijn verhaal daar iets aan bij te dragen.

  • Reageren zelf reageren >
    Reageer ook